Een stevig perspectief: directie, ondernemingsraad en vakbonden bereiken akkoord over de inzet van medewerkers op de trein en het station

Vakbonden, ondernemingsraad en directie NS Reizigers hebben op 20 mei 2008 een akkoord bereikt over de inzet van medewerkers in de trein en op het station. In het akkoord is afgesproken om een targetbezetting van 2500 fte hoofdconducteurs te halen. De ambitie is om dit vóór 1 januari 2009 voor elkaar te krijgen maar uiterlijk 1 mei 2009. Zodra dit moment is bereikt zullen naast hoofdconducteurs op de trein ook conducteurs werkzaam zijn. Deze conducteurs, die gefaseerd instromen, combineren hun werkzaamheden op de trein met servicetaken op het station en zullen - als er vacatures voor hoofdconducteur zijn in de 1e mens diensten op de trein - alsnog de volledige hc-opleiding volgen. Het akkoord zorgt voor een beter loopbaanperspectief, meer variatie in het werk en lost knelpunten in de bezetting op. Partijen hebben aangegeven het onderhandelingsresultaat positief voor te zullen leggen aan hun achterban (terugkoppeling van vakbonden en definitief besluit naar verwachting eind juli 2008).

Op iNSite vind je onder ‘Actueel’ meer informatie over het bereikte akkoord en zijn de letterlijke afspraken te downloaden. Hieronder de vragen van medewerkers over het akkoord die inmiddels zijn verzameld. Heb je ook een vraag en staat deze er niet tussen, mail hem dan naar
stevigperspectief@ns.nl. Wij zullen het antwoord op je vraag formuleren en toevoegen aan deze lijst.

 

Vraag en antwoord, bijgewerkt op 15 juli 2008

 

1. Geschikt of niet geschikt om door te stromen

  1. Vraag: Starten de servicemedewerkers, –trainees en medewerkers mobiele controle die momenteel als vertrekassistent diensten draaien op de trein direct met hun opleiding tot conducteur of wachten we eerst tot de targetbezetting van 2500 fte hoofdconducteurs is gehaald?

    Antwoord: We starten pas met opleiden als het target in zicht is. Betrokken servicemedewerkers, –trainees en medewerkers mobiele controle, kunnen wel alvast beoordeeld worden op hun geschiktheid voor de functie van (hoofd)conducteur.

  2. Vraag: Wordt van elke medewerker getoetst of hij/zij geschikt is om door te stromen naar de functie van (hoofd)conducteur?

    Antwoord: Alle huidige servicemedewerkers, servicetrainees en medewerkers mobiele controle die momenteel 2e en 3e mensdiensten verrichten op de trein en willen weten of zij geschikt zijn om de functie van (hoofd)conducteur te vervullen, kunnen worden getest. Verder worden de medewerkers die nieuw in dienst treden in het servicedomein van NS getest op hun geschiktheid voor de functie van (hoofd)conducteur. Dit laatste geldt niet voor medewerkers S&V; voor hen is alleen de bevoegdheid BOA GB van belang.

  3. Vraag: Wat gebeurt er met de medewerkers die nu 2e-mensdiensten verrichten op de trein en die niet geschikt zijn/blijken voor de functie van (hoofd)conducteur?

    Antwoord: Deze medewerkers blijven tot 1 januari 2009 (uiterlijk 1 mei 2009) hun 2e-mensdiensten verrichten op de trein. Het vertrekassistentschap wordt geleidelijk van hen overgenomen. In eerste instantie door nieuwe hoofdconducteurs en zodra het target is behaald door conducteurs. Betrokken medewerkers vervullen dan weer hun oorspronkelijke functie.

  4. Vraag: Wanneer verdwijnt de functie van vertrekassistent?

    Antwoord: De bevoegdheid vertrekassistent blijft bestaan maar wordt vanaf 1 januari 2009 (uiterlijk 1 mei 2009) alleen nog uitgeoefend door de (hoofd)conducteur. Dit laat onverlet dat in de bijsturing deze bevoegdheid ook uitgeoefend kan worden door bijvoorbeeld de machinist.

  5. Vraag: In het akkoord staat dat servicemedewerkers, servicetrainees en medewerkers mobiele controle, mits zij daarvoor geschikt zijn, de opleiding tot (hoofd)conducteur kunnen volgen en het werk van (hoofd)conducteur kunnen combineren met hun oorspronkelijke werk. Gaan zij dan als hoofdconducteur of conducteur de trein op?

    Antwoord: Zijn zij opgeleid tot hoofdconducteur dan gaan zij ook als zodanig de trein op en functioneren zij in 1e mensdiensten. De combinatie servicemedewerker, servicetrainee of medewerker mobiele controle/conducteur, die 2e mensdiensten verricht, zal echter vaker voorkomen.

  6. Vraag: Wat gebeurt na 1 januari 2009 (of uiterlijk 1 mei 2009) met servicetrainees die momenteel 2e-mensdiensten verrichten op de trein en niet geschikt blijken voor de functie van (hoofd)conducteur?

    Antwoord: Van alle servicetrainees is tijdens de selectieprocedure vastgesteld dat zij de ontwikkelbare competentie hebben voor de functie van hoofdconducteur. Mocht toch blijken dat zij niet geschikt zijn, dan gaan de betrokken servicetrainee en leidinggevende op zoek naar een passende oplossing.

  7. Vraag: Ben je als servicemedewerker of servicetrainee verplicht om de trein op te gaan?

    Antwoord: Alleen servicemedewerkers die geschikt zijn voor de functie van (hoofd)conducteur kunnen daarvoor worden opgeleid. Voor de huidige servicemedewerkers is dat op basis van vrijwilligheid, maar voor nieuwe medewerkers is het een voorwaarde dat zij ook op de trein willen werken. Tijdens de selectieprocedure van servicetrainees wordt getest of zij in principe geschikt zijn voor de functie van (hoofd)conducteur om hiervoor in de toekomst te worden opgeleid.

  8. Vraag: Waarom worden hierboven de woorden ‘in principe’ gebruikt?

    Antwoord: Bij de werving van servicetrainees wordt onderzocht of de sollicitant de ontwikkelbare competentie heeft om door te stromen naar de functie van (hoofd)conducteur. Bij de werving van hoofdconducteurs wordt onderzocht of de competenties aantoonbaar in alle facetten aanwezig zijn.

  9. Vraag: Wat zijn de gevolgen voor servicetrainees die toch niet geschikt blijken voor de functie van (hoofd)conducteur?

    Antwoord: Voor servicetrainees is de geschiktheid voor de functie van (hoofd)conducteur een selectie-criterium. Deze geschiktheid is een voorwaarde voor de verlenging van de arbeidsovereenkomst. Met de servicetrainees die in 2007 zijn aangenomen en nu toch niet geschikt blijken voor de functie van (hoofd)conducteur, worden individuele afspraken gemaakt.

  10. Vraag: Wat maakt dat je al dan niet geschikt bent voor de functie van (hoofd)conducteur?

    Antwoord: Medewerkers zijn geschikt voor de functie van (hoofd)conducteur als zij servicegericht zijn en voldoende weerbaar om op de juiste manier te handelen in veiligheidssituaties. Dit wordt met behulp van tests gemeten. De uitslag daarvan is bepalend.

  11. Vraag: Ik ben servicemedewerker en ik doe momenteel de opleiding voor BOA met geweldbevoegdheid. Heeft dit wel zin?

    Antwoord: Ja, dit heeft zin. Voor BOA’s met geweldbevoegdheid is plaats in de Service & Veiligheidsteams.

  12. Vraag: (Hoofd)conducteurs die diensten doen op het station, zijn dat servicemedewerkers?

    Antwoord: Een (hoofd)conducteur werkzaam op het station vervult daar servicetaken; dezelfde werkzaamheden als de servicemedewerker. Zijn functie is echter onveranderd hoofdconducteur.

  13. Vraag: Krijgen (hoofd)conducteurs straks ook een opleiding tot servicemedewerker of kunnen zij ervoor kiezen om servicemedewerker te worden?

    Antwoord: Heeft een (hoofd)conducteur belangstelling om zijn functie verder te verbreden in het servicedomein, dan kan hij of zij dit bespreken met zijn/haar manager. Hoofdconducteur en servicemedewerker blijven echter twee aparte functies binnen het servicedomein.

  14. Vraag: Hoe wordt beoordeeld of een hoofdconducteur geschikt is voor de functie van servicemedewerker?

    Antwoord: Dit wordt tijdens het leren op de werkplek beoordeeld. Bezien wordt of hiervoor een geschiktheidstest nodig is.

  15. Vraag: Als hoofdconducteur Proces Bijzondere Taken wil ik graag in het Proces Bijzondere Taken blijven. Ik heb geen behoefte om de opleiding tot geweldbevoegdheid te volgen. Kan dit?

    Antwoord: Voor de hoofdconducteurs in Service & Veiligheidteams is geweldbevoegdheid een vereiste. Hoofdconducteurs die niet geschikt zijn om deze bevoegdheid te halen of dit niet willen, verlaten het Service & Veiligheidsteam en keren meest waarschijnlijk terug naar de treindienst. Ook teamleiders die hoofdconducteur zijn hebben hun geweldbevoegdheid nodig om te kunnen functioneren in een Service & Veiligheidsteam. Blijkt dat zij niet geschikt zijn om deze bevoegdheid te halen of dat niet willen, zal in overleg met betrokkene en betrokken leidinggevende worden onderzocht welke andere functie voor hem of haar geschikt is.

  16. Vraag: Wat gebeurt er met medewerkers mobiele controle zonder BOA en geen geweldbevoegdheid?

    Antwoord: Deze medewerkers mobiele controle kunnen onder andere in het servicedomein worden ingezet in flexteams op werkzaamheden waarbij geen sprake is van een veiligheidsituatie (bijvoorbeeld bij in- en uitgangscontroles, evenementen etc.).

  17. Vraag: Wie gaat de balie en ambulante diensten overnemen van servicetrainees die doorstromen naar de treindienst?

    Antwoord: De balie en ambulante diensten zullen worden ingevuld vanuit Tickets & Service.

  18. Vraag: Ik ben medewerker mobiele controle met BOA en geweldbevoegdheid. Wanneer word ik bevorderd naar salarisgroep 55? En is dit met terugwerkende kracht?

    Antwoord: Hierover zijn nog geen nadere afspraken gemaakt. Zodra dit bekend is, wordt dit gecommuniceerd.

  19. Vraag: Wat wordt de salarisgroep van de nieuwe functie van conducteur en wat is zijn loopbaanperspectief?

    Antwoord: Hierover moeten nog afspraken worden gemaakt. Alle conducteurs zijn bij aanname geschikt voor de functie van hoofdconducteur. De doorstroom van conducteur naar hoofdconducteur is gekoppeld aan de behoefte aan hoofdconducteurs.

  20. Vraag: Wat zijn de doorstroommogelijkheden van een conducteur op kleinere standplaatsen met weinig uitstroom?

    Antwoord: De doorstroom van conducteur naar hoofdconducteur is gekoppeld aan de behoefte aan hoofdconducteurs. Leeftijdsopbouw en uitstroom zijn bepalend voor deze behoefte.

  21. Vraag: Er wordt een uitvraag gedaan welke collega’s terug willen naar de treindienst. Is deze keuze onomkeerbaar?

    Antwoord: Deze keuze staat vast. Het moment van terugkeer naar de treindienst wordt in onderling overleg tussen betrokkene en diens leidinggevende bepaald op basis van de plaatselijke behoefte en mogelijkheden.

  22. Vraag: Hoe gaan we om met het dilemma dat als een hoofdconducteur uit het Proces Bijzondere Taken wil terugkeren naar de treindienst en de leidinggevende aangeeft dat eerst het Proces Bijzondere Taken gevuld moet zijn?

    Antwoord: Het is de afspraak dat hoofdconducteurs de keuze krijgen om terug te keren naar de treindienst. Lokaal wordt bekeken wat dit betekent voor de bezetting. Het is de bedoeling dat hoofdconducteurs en hun leidinggevenden op korte termijn het gesprek aangaan over wanneer mogelijkheden ontstaan.

  23. Vraag: Worden alle afspraken tussen leidinggevende en medewerker in een gespreksformulier vastgelegd?

    Antwoord: Om misverstanden te voorkomen is het verstandig deze afspraken vast te leggen.

  24. Vraag: Blijft naast de functies van hoofdconducteur en conducteur de functie van servicetrainee bestaan?

    Antwoord: Ja, de functie van servicetrainee is de startfunctie binnen het servicedomein van NS Reizigers.

  25. Vraag: Komt er een nieuwe opleiding tot conducteur? En zo ja, wordt deze opleiding aangeboden aan medewerkers die momenteel 2e mensdiensten verrichten op de trein en geschikt blijken om door te stromen naar de functie van (hoofd)conducteur? En wanneer?

    Antwoord: Ja, er komt een opleiding tot conducteur; dit is de opleiding tot hoofdconducteur zónder de modules ‘BOA’ en ‘Chef Trein’ met enkele aanvullingen. Medewerkers die nu 2e mensdiensten verrichten op de trein, geschikt zijn om door te stromen naar de functie van (hoofd)conducteur én daarvoor belangstelling hebben, kunnen worden opgeleid tot (hoofd)conducteur. Het is nog onbekend wanneer we starten met het testen op geschiktheid voor de functie van (hoofd)conducteur.

  26. Vraag: In het antwoord op vraag ‘1i’ wordt gesproken over de servicetrainees die vorig jaar zijn geworven. Hoe zit het met de servicetrainees die dit jaar in dienst zijn getreden? Die zijn pas na indiensttreding getoetst op hun geschiktheid om door te groeien naar de functie van (hoofd)conducteur.

    Antwoord: Trainees die in april 2008 in dienst zijn gekomen en geschikt blijken om door te groeien naar de functie van (hoofd)conducteur, maken hun traineeship niet af maar krijgen een nieuwe arbeidsovereenkomst voor één jaar in de functie van aspirant- hoofdconducteur. De overige medewerkers uit deze groep, die niet geschikt zijn voor de functie van (hoofd)conducteur, blijven servicetrainee.

2. Service & Veiligheid op de trein en het station

  1. Vraag: In het akkoord staat dat servicemedewerkers en –trainees en medewerkers mobiele controle die nu 2e mensdiensten doen op de trein en niet geschikt blijken voor de functie van (hoofd)conducteur, hun werk op de trein voorlopig voortzetten én ingezet worden in het Service & Veiligheidsproces. Gaan zij dan aan de slag als servicemedewerker/trainee/medewerker mobiele controle of worden zij in een Service & Veiligheidsteam geplaatst?

    Antwoord: De huidige samenwerkingsverbanden tussen Tickets & Service en het Proces Bijzondere taken worden voortgezet. Servicemedewerkers en –trainees en medewerkers mobiele controle die niet geschikt blijken voor de functie van (hoofd)conducteur, kunnen hun werk op de trein voortzetten tot 1 januari 2009 (uiterlijk 1 mei 2009). Daarnaast kunnen ze binnen het Service & Veiligheidsproces hun oorspronkelijke functie van servicemedewerker, -trainee en medewerker mobiele controle vervullen. Vanuit die rol kunnen zij worden ingezet in een Service & Veiligheidsteam. Als ze geschikt zijn, kunnen ze worden opgeleid voor BOA met geweldbevoegdheid. Medewerkers zónder BOA en zónder geweldbevoegdheid worden in het servicedomein ingezet in flexteams op werkzaamheden waarbij geen sprake is van een veiligheidsituatie (bijvoorbeeld bij in- en uitgangscontroles, evenementen etc.). Deze inzet wordt in overleg met de eigen manager bepaald.

  2. Vraag: Wat gebeurt er met hoofdconducteurs zonder geweldbevoegdheid en die ook niet de behoefte hebben om die bevoegdheid te halen?

    Antwoord: Het aantal hoofdconducteurs dat geen behoefte heeft om zijn of haar geweldbevoegdheid te halen, wordt momenteel geïnventariseerd. Diegenen die niet geschikt zijn om deze bevoegdheid te behalen, verlaten het Service & Veiligheidsteam en keren meest waarschijnlijk terug naar de treindienst.

  3. Vraag: In het akkoord staat dat voor de Service & Veiligheidsteams 546 fte nodig zijn; 320 fte hoofdconducteurs met geweldbevoegdheid (voor 75 % van hun tijd) en 80 medewerkers mobiele controle die geschikt zijn om hun BOA-certificaat en geweldbevoegdheid te halen. Hoe worden de andere minimaal 140 fte ingevuld?

    Antwoord: Onder andere servicemedewerkers, -trainees en medewerkers mobiele controle die aan de eisen voldoen, kunnen hiervoor worden opgeleid. Daarnaast zullen geschikte kandidaten worden geworven.

  4. Vraag: Is het zo dat de hoofdconducteur met geweldbevoegdheid 25% van zijn diensten als 1e mens op de trein vervult of geldt dat voor de hoofdconducteur uit het Proces Bijzondere Taken zónder geweldbevoegdheid?

    Antwoord: De 320 fte hoofdconducteurs mét geweldbevoegdheid uit de Service & Veiligheidsteams vervullen 25% van hun diensten als 1e mens op de trein. Hoofdconducteurs zónder geweldbevoegdheid verlaten het Service & Veiligheidsteam en keren meest waarschijnlijk terug naar de treindienst .

  5. Vraag: Hoe wordt de 25% treindiensten berekend? Per week, maand of jaar?

    Antwoord: De 25% treindiensten worden berekend conform de bestaande afspraken over het Proces Bijzondere Taken.

  6. Vraag: Zijn de 25% treindiensten vast/structureel en zijn dit 1e mensdiensten?

    Antwoord: De hoofdconducteurs mét geweldbevoegdheid die 25% van hun diensten als 1e mens draaien op de trein doen dit voor vast.

  7. Vraag: In het akkoord staat dat we hoofdconducteurs gaan werven totdat we 2500 fte hoofdconducteurs in dienst hebben. Hoe worden de Service & Veiligheidsteams in de toekomst bemenst en wie is daarvoor verantwoordelijk?

    Antwoord: Het projectteam Service & Veiligheid is verantwoordelijk voor de bemensing van de Service & Veiligheidsteams. Met de werving van hoofdconducteurs is inmiddels een start gemaakt.

  8. Vraag: Er is altijd gezegd dat de leden van een flexteam allemaal BOA GB moeten hebben, nu staat in het akkoord dat in de flexteams tenminste één medewerker met BOA GB aanwezig moet zijn. Waarom is dat veranderd?

    Antwoord: Als een flexteam wordt ingezet in veiligheidsituaties zijn er minimaal twee BOA’s met geweldbevoegdheid in dit team vertegenwoordigd. In andere situaties waarin een flexteam kan worden ingezet (zoals voor in- en uitgangscontroles, bij evenementen) is dit niet noodzakelijk.

  9. Vraag: Op 19 stations komen 24 uur per dag, 7 dagen per week vaste Service & Veiligheidsteams. Dat vraagt meer capaciteit. Is hiermee rekening gehouden?

    Antwoord: In het benodigde aantal medewerkers voor Service & Veiligheidsteams is rekening gehouden met 24-uurs bezetting, 7 dagen per week.

  10. Vraag: Er wordt gesproken over flexteams met minimaal één BOA met geweldbevoegdheid. Tijdens de opleiding leer je echter grepen die je met zijn tweeën moet uitvoeren. Hoe gaan we hier dan mee om?

    Antwoord: Als een flexteam wordt ingezet in veiligheidsituaties zijn er twee BOA’s met geweldbevoegdheid in dat team vertegenwoordigd. In andere situaties waarin flexteams worden ingezet (o.a. bij in- en uitgangscontroles, evenementen) is dat niet noodzakelijk.

  11. Vraag: In het verleden hadden we te maken met een 4-jaarstermijn voor het Proces Bijzondere Taken? Geldt dat nog steeds?

    Antwoord: In het akkoord is afgesproken dat alle hoofdconducteurs uit de Proces Bijzondere Taken terug mogen keren naar de treindienst. Over de termijn waarop gaan zij in overleg met hun leidinggevende. Met de afronding van deze afspraak komt de 4-jaarstermijn afspraak te vervallen.

  12. Vraag: Wat gebeurt er met de hoofdconducteurs zonder geweldbevoegdheid of hoofdconducteurs die geen behoefte hebben om hun geweldbevoegdheid te halen?

    Antwoord: Hoofdconducteurs (uit de PBT teams) die de geweldbevoegdheid niet (willen) halen keren hoogstwaarschijnlijk terug naar de treindienst. Over de termijn waarop dit zal gebeuren, worden afspraken gemaakt.

  13. Vraag: Hoeveel hoofdconducteurs komen er op een trein die bestaat uit meer dan zeven bakken/treinstellen?

    Antwoord: Afgesproken is dat op iedere trein een hoofdconducteur als chef van de trein (1e mens) aanwezig is. Daarnaast blijft de bakkennorm ongewijzigd. Vanaf het moment dat de target van 2500 fte hoofdconducteurs is gehaald zullen naast hoofdconducteurs ook conducteurs op de trein werkzaam zijn die 2e en 3e mensdiensten vervullen.

  14. Vraag: Hoe worden vanaf ‘Dienstregeling 2009’ de Beke-treinen ingevuld?

    Antwoord: Voor ‘Dienstregeling 2009’ worden de Beke-treinen door Logistiek via de DTP ingepland.

  15. Vraag: Waar wordt de, in de eindsituatie, 5% extra hoofdconducteurs ingezet?

    Antwoord: In de eindsituatie is de bezetting van hoofdconducteurs 5% hoger dan de behoefte aan 1e mensdiensten. Deze 5% is bedoeld als buffer en zal worden ingezet op 2e mensdiensten.

  16. Vraag: Hoe wordt dit inzichtelijk gemaakt voor de bijsturing?

    Antwoord: De afspraak is gemaakt dat op elke trein een hoofdconducteur aanwezig is. Bij de bijsturingsorganisatie is dit bekend.

  17. Vraag: ‘De hoofdconducteur als chef van de trein nóg beter worden toegerust om zijn rol goed te kunnen vervullen’. Wat houdt dat in?

    Antwoord: Afgesproken is dat partijen de hoofdconducteur alle mogelijkheden geven om zijn rol goed te kunnen vervullen. Hoe dit precies wordt ingevuld moet nog worden uitgewerkt.

  18. Vraag: In het akkoord wordt gesproken over 2500 hoofdconducteurs exclusief de Beke-fte’s en de 320 fte hoofdconducteurs voor de Service & Veiligheidsteams. In de editie van 12 juni van deze Q&A las ik dat de Bekediensten worden ingevuld vanuit de Flexteams. Krijgt Service & Veiligheid er dan meer fte’s bij of worden de Beke-diensten gedraaid door de voor de Service & Veiligheidsteams 320 fte beschikbare hoofdconducteurs?

    Antwoord: In tegenstelling tot wat in de vorige editie van deze Q&A in vraag 2n was vermeld is onlangs besloten dat voor ‘Dienstregeling 2009’ de Beke-diensten door Logistiek via de DTP worden ingepland. Vraag 2n is inmiddels aangepast.

  19. Vraag: Onder wiens verantwoordelijkheid gaat de Calamiteitenorganisatie vallen? Hoeveel formatie komt daarvoor beschikbaar? Komt er onderscheid tussen ‘buitendienststelling/evenementen’ en ‘ongelukken/springers’? Zo ja: hoe ziet dat onderscheid eruit en zo nee: waarom niet? Welke opleidingen krijgen diegene die een functie vervullen binnen de calamiteitenorganisatie?

    Antwoord: ‘Klant & Calamiteit’ is een samenwerkingtraject gestart met de 13 collega's uit de productiegebieden die 'Klant & Calamiteit' in hun portefeuille hebben. Zij onderzoeken hoe invulling kan worden gegeven aan de wensen van klanten als het gaat om verstoringen. Gezien het raakvlak met Service & Veiligheid, is er ook afstemming met het S&V-projectteam. Een antwoord op bovenstaande vragen is nu nog niet te geven. In het genoemde samenwerkingstraject zal het een en ander verder vorm krijgen waarna deze wel beantwoord kunnen worden.

3. Borging kwaliteit serviceverlening

  1. Vraag: Hoe zorgen we ervoor dat we de kwaliteit op het gebied van veiligheid en aanspreekbaarheid op onze stations kunnen waarborgen?

    Antwoord: servicemedewerkers zijn het visitekaartje van NS op de stations en blijven dat ook in de toekomst. Naast maatregelen als cameratoezicht en de inzet van ingehuurde beveiligers, worden Service & Veiligheidsteams ingezet. Zij zullen naast hun veiligheidstaken ook servicetaken verrichten op het station en zo onze zichtbaarheid en aanspreekbaarheid en de veiligheidsbeleving van onze klanten verbeteren. Het productiegebied wordt verantwoordelijk voor het behalen van de gewenste klantoordelen. Er zal dus continue aandacht zijn voor de (verbetering van de) service en veiligheid op het station.

  2. Vraag: Blijft de rode pet gehandhaafd?

    Antwoord: Ja, de rode pet blijft gehandhaafd. De rode pet is belangrijk voor de zichtbaarheid en herkenbaarheid van servicemedewerkers. En dat is weer bepalend voor het klantoordeel over onze aanspreekbaarheid.

  3. Vraag: Waarom wordt de hoofdconducteur het boegbeeld van NS genoemd?

    Antwoord: De hoofdconducteur is het boegbeeld van NS op de trein. Op de stations zijn onze servicemedewerkers het visitekaartje van NS.

  4. Vraag: In de Nieuwsflits wordt gesproken over een onderzoek waaruit blijkt dat de klant graag contact wil met een NS-medewerker op de trein en dat de hoofdconducteur sterk wordt gewaardeerd. Niet alle klanten kennen het verschil tussen een servicemedewerker en een hoofdconducteur. Hoe betrouwbaar is dit onderzoek?

    Antwoord: Het gaat erom dat de klant op de trein én het station graag in contact komt met een NS-medewerker. Ben je servicemedewerker of hoofdconducteur; als medewerker ben je het visitekaartje van NS en in de gelegenheid om onze klanten van dienst te zijn. De klanttevredenheidsonderzoeken worden gecoördineerd door de NS-afdeling MarktOnderzoek en Advies. Deze onderzoeken worden door NS en consumentenorganisaties gezien als een betrouwbare informatiebron.

  5. Vraag: In het akkoord staat dat nieuwe medewerkers binnen het servicedomein van NS Reizigers starten als servicetrainee. Botst dat niet met de huidige afspraken om in totaal 300 servicetrainees te werven?

    Antwoord: Met het akkoord is de afspraak gemaakt dat de servicetrainee de startfunctie is binnen het servicedomein van NS Reizigers. In 2007 is de eerste groep van 300 servicetrainees aangenomen.

4. Inrichting stafafdelingen

  1. Vraag: Hoe gaat het verder met de staven (operationele staf Tickets & Service, Productieservices, netwerkstaven, centrale staf NSR) en planners van NSR en T&S?

    Antwoord: Dit is nog onderwerp van gesprek. Hierover wordt zo snel mogelijk duidelijkheid gegeven.

5. Algemeen

  1. Vraag: In het advies van de ondernemingsraad over het voorgenomen directiebesluit over Service & Veiligheid werd gesproken over een aparte ‘wal’ en ‘boord’-organisatie. Nu is er gekozen voor een geïntegreerde organisatie. Waarom is afgeweken van het voorgenomen besluit?

    Antwoord: Er is nog steeds sprake van een boord- en een walorganisatie. Deze organisaties worden alleen niet seperaat ondergebracht bij aparte productiedirecteuren, maar geïntegreerd en binnen een jaar samengebracht onder een productiemanager. Deze zal resultaatverantwoordelijk zijn voor het boord- én walproces binnen zijn of haar productiegebied.

  2. Vraag:  NS Reizigers is bezig met het verkleinen van de groepen in de treindienst. Onderdeel hiervan is dat de procesmanager een meer inhoudelijke verantwoordelijkheid krijgt. Wat zijn hiervan de gevolgen voor de Tickets & Service-organisatie?

    Antwoord: Deze vraag is onderdeel van het directiebesluit over de organisatieontwikkeling en is nog onvoldoende uitgekristalliseerd. De komende periode is een belangrijke rol weggelegd voor de productiedirecteuren om een verbinding te maken tussen T&S en de productiemanagers.

  3. Vraag: Het afgelopen jaar is veel tijd en energie geïnvesteerd in de vorming van de Service & Veiligheidsorganisatie. Hoe verhouden deze inspanningen zich tot het akkoord dat nu is bereikt.

    Antwoord: De Service & Veiligheidsorganisatie die bestaat uit Tickets & Service én de Service & Veiligheidsteams, blijft bestaan maar wordt binnen een jaar geïntegreerd onder de productiemanager.

  4. Vraag: Hoe is de nieuwe functie van conducteur juridisch geborgd?

    Antwoord: De conducteur heeft de bevoegdheden van een toezichthouder.

  5. Vraag: Blijven de medewerkers van Service & Veiligheid onder de CAO van het rijdend personeel (CAO NSR) vallen?

    Antwoord: De arbeidsvoorwaarden voor de medewerkers van Service & Veiligheid, voorheen behorend tot een PBT-team blijven onveranderd; de CAO NSR blijft van toepassing.

  6. Vraag: Hoe gaan we om met de verschillen tussen de CAO van het ‘oude’ NS Stations en die van NS Reizigers? Voorbeeld: het half uur werktijdverkorting bij ‘NS Stations’ begint bij de leeftijd van 58 jaar maar bij NS Reizigers met 59 jaar. En zo zijn er meer verschillen tussen ‘rijdend’ en ‘niet-rijdend’. Denk aan ‘Vrij Vervoer’, schaft in eigen tijd/doorbetaalde schaft en de Servicepas.

    Antwoord: Over de harmonisatie van arbeidsvoorwaarden wordt op 23 juni verder gesproken met de vakbonden.

  7. Vraag: Ik heb begrepen dat met ingang van ‘Dienstregeling 2009’ (start 14 december 2008) het onderscheid tussen 1e en 2e mensdiensten komt te vervallen en er dus niet meer apart wordt gepland! Hoe zit dat?

    Antwoord: Het akkoord geeft aan dat de 1e, 2e en 3e mens diensten (exclusief de Beke-diensten) vóór 1 januari 2009 (met ingang van ‘Dienstregeling 2009’), maar uiterlijk per 1 mei van dat jaar, ingevuld worden met hoofdconducteurs. Zodra de target van 2500 fte hoofdconducteurs is bereikt, zullen gefaseerd conducteurs op (hiervoor apart geplande) 2e en 3e mens diensten worden ingezet.

  8. Vraag: Wat is de ondergrens van de 2500 fte hoofdconducteurs?

    Antwoord: Er is geen bandbreedte afgesproken. Het is de ambitie om 1 januari 2009, maar uiterlijk 1 mei van dat jaar, 2500 fte hoofdconducteurs in dienst te hebben.

6. Medezeggenschap

  1. Vraag: Op 20 mei is het akkoord tussen directie en vakbonden bereikt. Daar was T&S niet bij aanwezig. Hoe zit het met de raadpleging van die achterban?

    Antwoord: De vakbonden raadplegen momenteel hun leden, inclusief de leden die werkzaam zijn bij T&S.

  2. Vraag: De T&S-adviesgroep over het voorgenomen ondernemersbesluit over Service & Veiligheid is niet geraadpleegd over het akkoord dat 20 mei is bereikt. Kan dat?

    Antwoord: Het akkoord van 20 mei is bereikt tussen directie, vakbonden en ondernemingsraad. Medewerkers van T&S, indien lid van een vakbond, worden via de vakbonden geraadpleegd over het akkoord. De ondernemingsraad die mede het akkoord heeft afgesloten behartigt ook de belangen van T&S.

  3. Vraag:  Welke onderwerpen moeten nog worden opgepakt in de afronding van het ondernemersbesluit over Service & Veiligheid?

    Antwoord: De harmonisatie van de arbeidsvoorwaarden moet nog verder worden besproken met vakbonden.

  4. Vraag: Is met de naamgeving van NS Reizigers de rechtsgeldigheid van de OR T&S komen te vervallen? Er bestaat tenslotte al een OR NS Reizigers.

    Antwoord: Een naamswijziging heeft geen gevolgen voor de rechtsgeldigheid van een ondernemingsraad. De (formele) positie van de ondernemingsraad wordt bepaald door de samenvoeging van het oude NS Reizigers met Tickets & Service per 1 januari 2007.

  5. Vraag: Wat betekenen de wijzigingen die voortvloeien uit het akkoord voor het interne overleg?

    Antwoord: Dat is nog niet duidelijk. Zodra hierover meer bekend is zal dit worden gecommuniceerd.

  6. Vraag: In april 2009 zijn er weer medezeggenschapsverkiezingen. Komen die nu eerder?

    Antwoord: Het akkoord heeft geen gevolgen voor het tijdstip van de verkiezingen. Deze zullen plaatsvinden in april 2009.

  7. Vraag: Hoe staat het met de ledenraadplegingen?

    Antwoord: De ledenraadplegingen zijn inmiddels afgerond. Alle vakbonden stemmen in met het akkoord. Dit geldt ook voor de OR NS Reizigers.