|
Frequently Asked Questions (FAQ) over het Nabestaandenpensioen:
vraag: Wat doet de overheid voor nabestaanden?
antwoord: De overheid heeft een regeling voor nabestaanden. Misschien heb je wel eens gehoord van de Algemene nabestaandenwet (Anw). Deze zorgt in sommige gevallen voor een uitkering voor je partner of kinderen als jij komt te overlijden. Maar dat is lang niet altijd het geval. Het is dus belangrijk om te weten of je partner of je kinderen wel een uitkering krijgen. Uitkering voor je partner.
Je partner heeft alleen recht op een nabestaandenuitkering als: • hij of zij jonger is dan 65 jaar én • een kind verzorgt dat jonger is dan 18 jaar of • voor meer dan 45%arbeidsongeschikt is of • is geboren vóór 1 januari 1950.
Geldt dat niet voor je partner? Dan krijgt je partner geen uitkering als jij komt te overlijden. De hoogte van de nabestaandenuitkering is afhankelijk van het inkomen van je partner en bedraagt in 2006 maximaal € 12.790 per jaar. Als je partner meer dan zo ’n € 2.000 (bruto) per maand verdient, wordt helemaal geen nabestaandenuitkering meer verstrekt. Let er ook op dat de uitkering voor je partner wordt stopgezet als je partner niet meer aan de voorwaarden voldoet.
De nabestaandenuitkering wordt stopgezet: • als het jongste kind 18 jaar is of • als je partner niet meer arbeidsongeschikt is of • als hij of zij 65 jaar is.
Wanneer je partner één of meer kinderen verzorgt,krijgt hij/zij in ieder geval een uitkering: de halfwezenuitkering. Op deze uitkering wordt niet gekort,ook niet als je partner een eigen inkomen heeft.
In 2006 bedraagt de halfwezenuitkering (inclusief vakantiegeld) € 2.979 bruto per jaar.
Uitkering voor je kind(eren) Als beide ouders (verzorgers)zijn overleden, komen de kinderen in aanmerking voor een wezenuitkering. De hoogte van die uitkering is afhankelijk van de leeftijd van het kind. De uitkering is hoger naarmate het kind ouder is. Meer weten over de Algemene nabestaandenwet? Raadpleeg de site van de Sociale Verzekeringsbank: www.svb.nl
vraag: Wat krijgen mijn partner en/of mijn kind(eren) uit mijn pensioenregeling?
antwoord: In Nederland is er in een pensioenregeling meestal ook een nabestaanden- en wezenpensioen. Als je zeker wilt weten of dat ook voor jou geldt, moet je even je pensioenreglement erop naslaan of op je pensioenoverzicht kijken. Let wel even goed op wanneer je (ongetrouwd)samenwoont en je partnerschap niet hebt geregistreert. In dat geval is er namelijk niet in alle pensioenregelingen een nabestaandenpensioen geregeld voor je partner. Of je partnerschap moet aan bepaalde voorwaarden voldoen, voordat je partner in aanmerking komt voor een uitkering. Vaak wordt de eis gesteld dat er een samenlevingscontract is of dat je ten minste een bepaald aantal maanden of jaren samenwoont. Ook hier geldt dat je in je pensioenreglement kunt nalezen aan welke voorwaarden je precies moet voldoen.
Hoe hoog is het nabestaanden- of wezenpensioen? Het is ook belangrijk dat je weet hoe hoog de uitkering is die je partner of je kinderen krijgen. In de meeste pensioenregelingen in ons land zijn het nabestaanden- en het wezenpensioen afgeleid van je ouderdomspensioen.
Dat wil zeggen: van het ouderdomspensioen dat jij in je huidige pensioenregeling kunt bereiken als je tot de pensioendatum in dienst blijft. Het nabestaandenpensioen bedraagt meestal 70 % en het wezenpensioen 14% van dat bereikbare ouderdomspensioen. Klinkt op zich best goed, zul je zeggen, maar houd er rekening mee dat bij de bepaling van jouw ouderdomspensioen ervan uit wordt gegaan dat je ook nog AOW krijgt. Daarom krijg je niet over je hele salaris pensioen, maar wordt er voor de pensioenberekening eerst een bedrag (de zogenoemde franchise) van je salaris afgehaald. Die franchise werkt dus ook door in je nabestaandenpensioen.
Voorbeeld Dirk Meijer verdient € 35.000. Hij heeft een pensioenregeling waarin een franchise wordt toegepast van € 15.000 en hij bouwt jaarlijks 1,75% pensioen op over het restant van zijn salaris (€ 20.000). In de pensioenregeling kan Dirk in totaal 35 jaar pensioen opbouwen. Zijn bereikbare ouderdomspensioen is dus 35 *1,75%*€ 20.000 = € 12.250. Het nabestaandenpensioen voor zijn partner is 70% hiervan: € 8.575.
Het nabestaandenpensioen in dit voorbeeld is niet erg hoog. Misschien krijgt de partner van Dirk na zijn overlijden een nabestaandenuitkering via de Anw, maar die uitkering stopt als het jongste kind 18 is. Dan kan het nabestaandenpensioen dus echt te laag zijn. Sommige pensioenregelingen hebben naast het gewone nabestaandenpensioen ook nog een tijdelijk nabestaandenpensioen (of Anw-hiaatpensioen) om het gemis aan Anw te compenseren.
Wil je weten of er in jouw geval genoeg nabestaandenpensioen is?
Voorbeeld Peter Dekkers (42) heeft een pensioenregeling. Op zijn pensioenoverzicht staat dat hij € 15.000 aan ouderdomspensioen kan bereiken. Het verzekerde nabestaandenpensioen is hier 70% van: € 10.500. Het nabestaandenpensioen wordt niet opgebouwd. Peter wisselt van baan. Hij houdt recht op het deel van het ouderdomspensioen dat al is opgebouwd. Het nabestaandenpensioen vervalt echter geheel.
vraag: Hoe zit het met mijn nabestaandenpensioen als ik van baan wissel?
antwoord: Als je van baan wisselt, maar dezelfde pensioenregeling houdt, verandert je nabestaandenpensioen niet. Het wordt hooguit aangepast aan je nieuwe salaris. Wanneer je niet alleen van baan, maar ook van pensioenregeling wisselt, kan dat de nodige gevolgen hebben voor je nabestaanden.
Om die gevolgen goed uit te leggen, moeten we eerst even de techniek induiken: grofweg zijn er twee manieren waarop je nabestaandenpensioen kunt verzekeren. De eerste is dat je het nabestaandenpensioen daadwerkelijk spaart (opbouwt). In dat geval wordt er bij je pensioenfonds of verzekeraar een potje (reserve) gevormd om het nabestaandenpensioen te kunnen uitbetalen. De tweede manier is een risicoverzekering, waarvoor ieder jaar een premie wordt betaald voor het risico dat jij als deelnemer aan de pensioenregeling in dat jaar overlijdt. Er wordt geen reserve gevormd. Zolang je deelneemt aan een pensioenregeling merk je eigenlijk geen verschil. Als je van baan en ook van pensioenregeling wisselt, merk je dat het verschil in verzekeren grotere gevolgen heeft dan je zou verwachten.
Als je in de pensioenregeling van je oude werkgever het nabestaandenpensioen bij elkaar spaarde, houd je ook na je uitdiensttreding recht op het al gespaarde nabestaandenpensioen.
Als er daarentegen sprake was van een risicoverzekering, dan is er geen reserve en vervalt dus het nabestaandenpensioen. De kans is groot dat je in je nieuwe baan weer een pensioenregeling mét nabestaandenpensioen zult aantreffen. Dat nabestaandenpensioen is dan afgeleid van het ouderdomspensioen dat je volgens de nieuwe pensioenregeling kunt bereiken.
Als je geen nabestaandenpensioen meer hebt uit je oude baan, omdat het op risicobasis was verzekerd, kun je zo tegen een behoorlijk hiaat in je nabestaandenpensioen oplopen. Dat klinkt allemaal ingewikkeld, maar wordt misschien duidelijker met een voorbeeld. Het nabestaandenpensioen in dit voorbeeld is erg laag. Als je dan nog bedenkt dat het nabestaandenpensioen in veel pensioenregelingen op risicobasis is verzekerd, weet je ook direct dat het dus beslist zaak is goed naar je nabestaandenpensioen te kijken als je van baan wisselt. Misschien kun je een hiaat in je nabestaandenpensioen voorkomen door het pensioen uit je oude baan over te dragen naar je nieuwe baan. Of zo’n waardeoverdracht verstandig is, hangt echter van meer factoren af. Het is raadzaam in dat geval deskundig advies te vragen.
Nog even in het kort samengevat: wil je wisselen van baan, ga dan eerst na: • Of je recht houdt op het nabestaandenpensioen uit je oude baan • Of er in je nieuwe pensioenregeling voldoende nabestaandenpensioen is verzekerd • Of het handig is de waarde van je pensioen over te dragen
Voorbeeld José Veldhuis werkt bij een bedrijf met een pensioenregeling. Op haar 42e besluit José van baan te wisselen. Ze heeft dan € 6000 aan ouderdomspensioen opgebouwd en voor het nabestaandenpensioen is er een risicoverzekering. Deze vervalt op het moment van ontslag.
In haar nieuwe baan gaat José € 38.000 verdienen. De pensioenregeling hanteert een franchise van € 15.000 en een jaarlijks opbouwpercentage van 1,75%. Tot haar 65e kan José nog € 9.258 aan pensioen opbouwen en het nabestaandenpensioen in de nieuwe pensioenregeling bedraagt hier 70% van: € 6.480. Dit is het totaal aan nabestaanden- pensioen, omdat er geen nabestaandenpensioen meer is uit de oude pensioenregeling.
vraag: En als ik nou geen nieuwe baan heb...?
antwoord: Als je géén nieuwe baan hebt, kun je in sommige gevallen nog een tijdje (maximaal drie jaar) voor eigen rekening deel blijven nemen aan de pensioenregeling. Dan blijft dus ook het nabestaandenpensioen verzekerd.
Als je niet meer deelneemt aan een pensioenregeling heb je soms nog een stukje nabestaandenpensioen staan uit je vorige werkkring. Dat nabestaandenpensioen is dan meestal 70% van het ouderdomspensioen waarop je na ontslag recht hebt gehouden.
Al met al dus lager dan het nabestaandenpensioen dat voor je uitdiensttreding was verzekerd. Wanneer het nabestaandenpensioen in je oude pensioenregeling via een risicoverzekering was verzekerd, is dat bij ontslag komen te vervallen. Als je werkloos bent en een werkloosheidsuitkering krijgt, kan in sommige gevallen de verzekering voor het nabestaandenpensioen nog even doorlopen. Als je wilt weten of dat in jouw geval ook zo is, kun je dat het beste vragen aan je pensioenuitvoerder.
Wanneer je tot slot geen nieuwe baan hebt omdat je een eigen zaak bent begonnen, zul je zelf voor je nabestaandenpensioen moeten zorgen. Trouwens ook voor je oudedagspensioen. Je kunt dat bijvoorbeeld regelen via een lijfrenteverzekering.
Als je geen nieuwe baan hebt, ga dan na:
vraag: En wat als ik ga scheiden?
antwoord: Als je gaat scheiden heeft dat meestal ook gevolgen voor je pensioen. Voor je ouderdomspensioen,maar ook voor je nabestaandenpensioen. Dat komt heel simpel doordat je ex-partner recht houdt op al het nabestaandenpensioen dat tot het moment van de scheiding is opgebouwd. Als er in de pensioenregeling voor het nabestaandenpensioen een risicoverzekering is gesloten, vervalt het nabestaandenpensioen voor de partner bij een echtscheiding.
Wanneer je zelf bent gescheiden of wilt gaan scheiden, ga dan even na: • Of je zelf nog recht hebt op partnerpensioen van je ex • Of het partnerpensioen voor je huidige partner wel voldoende is.
Voorbeeld Pieter Freriks heeft vanaf zijn 26e een pensioenregeling. Op zijn pensioenoverzicht staat dat zijn ouderdomspensioen, als hij in dienst blijft tot de pensioendatum, € 20.000 bedraagt. Het nabestaandenpensioen, dat wordt gespaard, bedraagt € 14.000. Pieter is op zijn 40ste getrouwd met Janine. Als hij 48 is, gaan ze uit elkaar. Janine houdt aanspraak op het nabestaandenpensioen dat tot de datum van scheiding is gespaard. In dit geval is dat € 7.897. Pieters nieuwe partner krijgt een lager nabestaandenpensioen: € 14.000 - € 7.879 = € 6.102
vraag: Welke keuzes heb ik op de pensioendatum?
antwoord: In de meeste pensioenregelingen mag je zelf kiezen of je na je pensionering ook nog nabestaandenpensioen wilt hebben voor je partner.
Gespaard nabestaandenpensioen Als in jouw pensioenregeling het nabestaandenpensioen wordt gespaard, kun je het opgebouwde nabestaandenpensioen (geheel of gedeeltelijk) inwisselen voor een hoger ouderdomspensioen. Het spreekt voor zich dat je dat alleen moet doen als je zeker weet dat er voldoende inkomen is voor je partner als jij overlijdt. Overigens heb je de toestemming van je partner nodig om het nabestaandenpensioen op die manier in te kunnen wisselen. Het nabestaandenpensioen waarop een ex-partner recht heeft, kan niet worden omgewisseld.
Een risicoverzekering voor nabestaandenpensioen Als er in jouw pensioenregeling een risicoverzekering is opgenomen, vervalt het nabestaandenpensioen op de pensioendatum. Je hebt dan vaak wel de mogelijkheid een deel van je ouderdomspensioen in te leveren voor nabestaandenpensioen. Als er niet voldoende inkomen voor je partner is wanneer jij overlijdt, kan dat een verstandige keuze zijn. Wel moet je er op letten dat zowel je ouderdomspensioen als je nabestaandenpensioen dan lager zijn dan toen je nog in dienst was.
En verder… Misschien heb je wel met verschillende pensioenregelingen te maken gehad of is er in jouw pensioenregeling soms gewisseld tussen opbouwnabestaandenpensioen en risiconabestaandenpensioen. Dat is het even iets meer werk om uit te zoeken welk pensioen je om kunt ruilen, maar laat je niet te snel uit het veld slaan.
Wat te doen op de pensioendatum? Ga na of je partner voldoende inkomen heeft na jouw overlijden. Als dat niet het geval is:
Als je partner wel voldoende inkomen heeft:
vraag: Krijgt mijn partner ook een nabestaandenpensioen als ik na mijn pensioendatum overlijd?
antwoord: Natuurlijk is het heel belangrijk om te weten of je partner een nabestaandenpensioen krijgt als jij overlijdt na je pensioendatum. Of dat zo is hangt af van de situatie.
Tijdstip trouwen In de meeste pensioenregelingen is bepaald dat je partner alleen nabestaandenpensioen krijgt als je vóór je pensionering bent getrouwd (of bent gaan samenwonen). Wanneer je pas na je pensionering trouwt of gaat samenwonen, heeft je partner meestal geen recht op een nabestaandenpensioen. Vroeger was in veel pensioenregelingen de bepaling opgenomen dat je, als je van baan wisselde, alleen recht hield op nabestaandenpensioen als je vóórdat je van baan wisselde al getrouwd was. Was je dat niet, dan hield je ook geen recht op nabestaandenpensioen.
Keuze pensioendatum Of er na je overlijden nabestaandenpensioen is voor je partner hangt natuurlijk ook af van de keuze die je zelf gemaakt hebt op de pensioendatum. Als je al je nabestaandenpensioen hebt ingewisseld voor een hoger ouderdomspensioen, krijgt je partner geen uitkering na je overlijden.
Nabestaandenpensioen
Wil je meer weten over het nabestaandenpensioen? • Kijk dan vooral ook op de site van de Sociale Verzekeringsbank: www.svb.nl. • Op www.pensioenkijker.nl vind je algemene informatie over pensioen.
In deze brochure doen wij een boekje open over het nabestaandenpensioen. Op de site van Pensioenkijker.nl kun je ook brochures vinden over andere onderwerpen. De Stichting Pensioenkijker.nl richt zich op het verhogen van het pensioenbewustzijn van alle Nederlanders.
Daarnaast heeft de stichting tot doel de burger objectieve en niet commerciële informatie over pensioenen te verschaffen en de transparantie van pensioenregelingen te vergroten. Aan de Stichting Pensioenkijker.nl nemen de volgende organisaties deel:CNV, CNV Jongeren, Consumentenbond, het CSO, FNV, FNV Vrouwenbond, MHP, MKB-Nederland, NBVA, Nibud, Ombudsman Pensioenen, Sociale Verzekeringsbank, Stichting De Ombudsman, Stichting voor Ondernemingspensioenfondsen, Unie van Beroepspensioenfondsen, Verbond van Verzekeraars, Vereniging van Bedrijfstakpensioenfondsen en VNO-NCW.
© Stichting Pensioenkijker.nl 2006 tekst: Schols & de Lange
|
|